De wisselende werkelijkheid van het wad

In Dolsma's wereld is het altijd vlak met hoogstens hier en daar een verhoging, maar nooit geweldige verticalen, nergens een kerk, een noeste eik of scheefgezakte hooimijt. Dolsma's enige troeven vormen de lucht, de spiegeling en het licht. Vooral met het zonlicht bezingt hij de ruimte. En zeer listig, want de zon zelf is nooit te zien. Die hangt altijd achter een wolk of hoog boven de lijst, maar daardoor kan hij stroken des te meer laten oplichten en helle banen over het water laten glijden. Diepte zonder verticalen. Als je eenmaal beseft wat Dolsma ondanks dit uiterst summiere scala aan mogelijkheden weet te verrichten, dan maakt dat zijn werk des te bewonderingwaardiger.
(Rob Mohlmann, uit: 'Janhendrik Dolsma, waddenschilder', uitg, TheOart, 2005)

De verleiding van een wolkenlucht

Een dreigende, winterse sneeuwbui boven een duin op Vlieland, een wit blauwe wolk waar een jakobsladder achter vandaan schijnt of een torenhoge cumuluswolk boven een bijna drooggevallen stuk wad. De zon gaat schuil, maar is tegelijk alom aanwezig. Met een felle lichtstraal waarmee een duin  in de verte oplicht, of een verfijnde glinstering op het water. Dolsma speelt met het licht van de zon. Zijn werk is zo natuurgetrouw dat het op afstand haast een foto lijkt. Maar de interpretatie die de schilder in zijn werk legt en de sfeer die hij daarmee oproept, lijken het schilderij zelf haast tot leven te brengen. “Die omslag van verf naar illusie vind ik iets magisch. Het wekt de illusie van spanning, ruimte en licht die je op foto niet ziet.”
(oktober 2008, Wieger Favier in het magazine Vier!)

Op zoek naar het ideale schilderij

Dolsma maakt in zijn schilderijen zijn visie op de relatie tussen mens en natuur voelbaar. Geeft via zijn werk de ervaring door: de mens is onderdeel van een immens natuurlijk geheel. Toch is zijn doel naar eigen zeggen "primair een smakelijk schilderij maken".
(Martha Dirkmaat-Plantinga, Noordhollands Dagblad, april 2003)

Ruimte en licht

"Zolang als ik me kan herinneren ben ik gefascineerd geweest door de zee. Als jongetje van een jaar of vijf zag ik hem (haar?) voor het eerst en ik was volkomen overdonderd; dat iets zo groot kon zijn. Dat gevoel is eigenlijk altijd gebleven. Op de één of andere manier werkt het waddengebied op mij als een soort mentale douche, het zet de wereld voor mij een beetje in perspectief. Ik probeer er zo veel mogelijk te tekenen, schilderen en fotograferen, om gewapend met dat materiaal de winter door te komen.

Toen ik op de academie Minerva zat (van 1968 tot 1973) raakte ik geïnteresseerd in de landschapsschilderkunst, en dan vooral de Hollandse. Indertijd heb ik vooral de 17de eeuw goed bekeken, de laatste jaren is het de Haagse School. Daarnaast mag het romantische landschap zich in mijn warme belangstelling verheugen.

In mijn schilderijen ontbreekt de menselijke aanwezigheid. Bijna elke keer als ik het eens probeer, schilder ik het weer over. Ik weet niet precies waarom, maar ik denk dat het schilderij door zo'n figuur iets verhalends krijgt, waardoor de aandacht wordt afgeleid van waar het me om gaat: de ruimte en het licht."
(Uit: Realisten 2002, Van Soeren & Co, Amsterdam)